Het Land van Mysterie

De volgende dag begonnen we aan het echte zware deel van de reis, de beklimming naar de Natula Pas. Het pad was op de meeste plaatsen niet meer dan 50 centimeter breed en zigzagde over de steile berghelling, en hoe hoger je kwam hoe dieper de afgronden en ravijnen werden.

We passeerden enkele treinen van ezels, soms met meer dan honderd ezels in één trein, en in sommige treinen van jaks waren er 800 of meer. Ze droegen alles op hun ruggen omdat er geen verkeer op wielen in Tibet was, zelfs geen kruiwagen. (Een aantal ezels of jaks wordt een trein genoemd).

We kwamen een trein van ezels op een erg gevaarlijk deel tegen, waar het pad erg smal was. De buitenkant van de paden was ingesleten. Dit wordt veroorzaakt doordat de beesten instinctief weten wanneer ze te dicht tegen de wand lopen en ze met hun uitstekende bagage tegen de eveneens uitstekende rotsen zouden kunnen stoten en hiermee een val van honderden meters zouden kunnen veroorzaken, de afgrond in, hun dood tegemoet, met hun lading en al.

We konden bellen horen rinkelen, bellen die de ezels om hun nek droegen, en we stopten op een passeerplaats totdat ze voorbij waren.

Je kunt je voorstellen wat mijn gedachten waren tijdens mijn eerste ervaring met dit soort belevenissen.

Op een rustplaats voor de nacht, verder langs de handelsroute, onderzocht ik de ruggen van enkele ezels toen hun lading was afgenomen, en ontdekte ik dat de meeste van hun ruggen bedekt waren met zweren door de schurende zadels waarop de lading werd gedragen. Ik walgde, op zijn minst gezegd, te zien hoe deze arme, kleine dieren leden en ik protesteerde, via mijn tolk, bij de ezeldrijvers. Ze zeiden dat ze niet dachten dat de ezels enige pijn voelden. Zij lieten me hun eigen voeten zien die gehavend waren door scheermesachtige randen van het ijs, die worden gevormd wanneer de modder op het pad na zonsondergang bevriest, en zij dachten dat de ezels net zoals zijzelf geen pijn voelden.

Wanneer de zon is opgekomen, smelt de sneeuw op het pad; maar wanneer de zon is ondergegaan, raakt de modder bevroren met scheermesachtige randen die knarsen onder je voeten. Veel van de Tibetanen dragen een soort touw van stro om hun voeten. Dit geeft enige bescherming tegen de scherpe randen van de bevroren modder.

Ik verbaasde mij over de zware lading die deze kleine ezels met hun kleine spichtige poten droegen; zij worstelen zich op de steile berghelling omhoog met een lading die bijna gelijk is aan hun eigen gewicht.

Op een ochtend begon één van mijn ezels te trappen; hij wilde zijn lading niet meer verder dragen en wierp ze af door zijn hoeven iedere keer hoog in de lucht te schoppen wanneer we de lading opzadelden. Maar dit was snel verholpen. De ezeldrijver bond een touw om zijn poten, van de achterpoot naar zijn corresponderende voorpoot, en toen de ezel opnieuw trapte viel hij plat op zijn snuit; hij trapte niet meer en we vervolgden onze reis. Blijkbaar was dit niet de eerste keer dat deze truc werd toegepast.

Langzaam kronkelden we het pad van de steile Himalaya omhoog en in twee dagen bereikten we de top van de Natula Pas, bedekt met de eeuwige sneeuw. Hier is het ongeveer 600 meter boven de boomgrens en ongeveer 4800 meter boven de zeespiegel – een uitzicht dat ik nooit zal vergeten. In de verte, zo ver als het oog kon zien, zag je de majestueuze toppen van de geweldige Himalaya bedekt met sneeuw. Ik keek ver weg, omhoog en voorbij, en naar beneden naar de Chumbi Vallei. Hier was een vreemd land, dat wil zeggen vreemd voor de buitenwereld en waarvoor de buitenwereld vreemder was. Het was als een land van dromen, en mijn hart trilde bij het fantastische uitzicht, wetende dat daar beneden, de vallei, een volgende stap zou betekenen naar de vervulling van mijn levenslange verlangen.

Je kunt hier een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *